Project gegevens

Het project maakt gebruik van 2 putten die geboord zijn naar een diepte van ruim 2000m. Op deze diepte is de temperatuur van het grondwater dat van nature aanwezig is, ongeveer 75°C. De bovengrondse installatie haalt de warmte uit het water en levert het door aan een distributienet, die de warmte naar de afnemers transporteert. Het gebruikte, afgekoelde water wordt via de injectieput(ten) in dezelfde watervoerende grondlaag teruggebracht. Zo blijft de totale hoeveelheid water in deze grondlaag gelijk.

Voor de toepassing van aardwarmte is het van belang om een heel goed beeld te vormen van de ondergrond. Daarom is er een uitgebreide geologische studie uitgevoerd, door o.a. TNO om de ondergrond in kaart te brengen. Ook zijn er verschillende testen uitgevoerd om te bepalen welke potentie de ondergrond onder Den Haag heeft. Zie Geologie.

Er is in het verleden in samenwerking met vele deskundige uit binnen- en buitenland een putontwerp gemaakt. De aardwarmtebron voldoet volledig aan de eisen die worden gesteld door het bevoegd gezag en haar toezichthouder (Staatstoezicht op de Mijnen). De beschermingsbuizen (casing) van de bron hebben gasdichte verbindingen en kunnen zeer hoge drukken weerstaan (de druk in de putten is in werkelijkheid overigens zeer laag, één tot twee bar, en dit blijft ook zo als de bron in gebruik is).

HAGgt01
De aardwarmteputten zijn in 2010 geboord. De putten hebben in een proefbedrijf warmte geleverd gedurende een korte periode. De putten zijn echter al enkele jaren niet gebruikt. De putten moeten worden herontwikkeld voordat ze in gebruik kunnen worden genomen. Het herontwikkeltraject verloopt stapsgewijs. Allereerst wordt gekeken wat de huidige toestand van de bronnen is, daarna wordt gekeken of de bron schoongemaakt en/of hersteld moet worden. Indien dit niet tot voldoende resultaat leidt, dan zal er een zogenaamde side-track geboord moeten worden.

Bij het testen van de broncapaciteit is geconstateerd dat er met één kubieke meter aardwater ook ongeveer één kubieke meter gas mee naar boven komt. Dit opgeloste gas heet gas-bijvangst. De kwaliteit en samenstelling is vergelijkbaar met het aardgas uit het gasnet. Het gas wordt bovengronds van het water gescheiden in een gasscheider. Hiermee voorkomen we dat de gasbelletjes de warmteoverdracht in de warmtewisselaar verminderen. In de Aardwarmtecentrale zal een ketel worden geplaatst die het gas omzet in warmte en dit direct aan de stadsverwarming levert.